Ik stapte in Dordrecht al in de verkeerde trein. Dat had een teken moeten zijn.
Maar goed, een paar uur later zat ik alsnog in het vliegtuig naar Rwanda. Ongetraind. Onvoorbereid. Mentaal ergens tussen “dit wordt gaaf” en “wat doe ik in hemelsnaam”. Het officiële verhaal was een werkbezoek aan koffieboeren. In werkelijkheid werd het een leadership trail, begeleid door challenger Niek van Halteren. Telefoon inleveren, tentje, matje, kampvuur, talking stick. Het hele pakket.
Ik had me nergens op voorbereid. Wel een balletje meegenomen. Want waar gespeeld wordt, ontstaat verbinding. Ik had het van tevoren gevraagd aan Niek. Zijn antwoord: nee. Geen balletje. Ik vond er wat van, maar goed, zijn reis, zijn regels.
Dag twee en mijn lichaam was klaar. Mijn hoofd trouwens ook. Ik miste mijn gezin zo erg dat het pijn deed. De eerste keer zo lang van huis, en thuis is bij ons niet standaard. Ik heb een complex gezin. Daar zit je dan, in een tent in Rwanda, en je wilt eigenlijk gewoon even knuffelen met de mensen die je het liefst hebt.
Maar goed, die optie was er niet.
Wat er wel was: stilte. Urenlang stilte tijdens het lopen door het Land van de Duizend Heuvels. Geen telefoon, geen muziek, geen afleiding. Alleen jij en je eigen hoofd. Klinkt zen, hoor. Was het niet. Na twee uur stilte gaat je brein in overdrive. Alles wat je normaal wegduwt met drukte komt ineens langsrijden. Niet netjes op volgorde. Meer als een chaotische carpool waar niemand heeft afgesproken wie rijdt.
En dan ’s avonds de talking stick bij het kampvuur. De diepgang was ongekend. Tien onbekenden, een mix van jonkies en oudjes (ik hoorde bij de oudjes, ja). Trauma’s werden gedeeld. Mega succesverhalen. En alles ertussenin. Geen smalltalk, geen uitweg. Binnen tien minuten zat iedereen met tranen bij het vuur. Inclusief ondergetekende, maar dat heb je niet van mij.
Op een van de dagen bezochten we het genocide memorial. De groep liep door, ik niet. Ik raakte ze kwijt. Compleet. Klassiek Sara-moment. Uiteindelijk eindigde ik bij de directeur van het memorial, met een gesprek dat ik niet had gepland en een zak vers gebrande bonen in mijn handen. Soms levert verdwalen je meer op dan het programma.
Oh, en de regels. Er waren regels. Stilte tot een bepaald tijdstip. Geen telefoon. Vroeg naar bed. Je raadt het al: ik hield me er niet aan. Niet uit rebellie, gewoon omdat ik niet anders kan. Ik heb zoiets als revenge bedtime procrastination. Kennelijk is dat een ding. De hele dag doet iedereen een beroep op je, en ’s nachts is het eindelijk stil en van jou. Dan ga je toch niet slapen?
Dus daar liep ik. Midden in de nacht. Langs de tentjes. En het enige wat je hoorde was gesnurk. Van alle kanten. Tien volwassen mensen die overdag diepe gesprekken voerden over leiderschap en kwetsbaarheid, en ’s nachts klonken als een kudde everzwijnen. Ik vond het komisch. En ik voelde een soort macht. Alsof ik de enige was die wist hoe de wereld er om drie uur ’s nachts uitzag.
Dat klinkt misschien raar. Maar dat nachtelijke rondje werd mijn rustmoment. Overdag was ik kapot, emotioneel, fysiek op. ’s Nachts was ik vrij.
En ergens tussen die heuvels, die tent, dat kampvuur en die slapeloze nachten snapte ik iets. Leiderschap heeft niets te maken met controle of strategie. Het begint bij weten waar je van wegloopt. Bij eerlijk zijn als niemand het vraagt. Bij nat en moe in een tent liggen en toch voelen: dit is precies waar ik moet zijn.
Ik ging naar Rwanda als ondernemer met een volle agenda. Ik kwam terug met een blessure, een vol hart, nieuwe inzichten en nieuwe vrienden. En met het idee dat meer mensen dit nodig hebben. Niet Rwanda per se. Maar even helemaal niets. Telefoon weg. Stilte. Lopen. Eerlijk zijn.
Dat idee werd Troost Travel.
En als je me nu vraagt of ik het opnieuw zou doen? Absoluut. Maar dan fysiek en mentaal iets beter voorbereid. Want blanco instappen klinkt romantisch, maar voelt vooral als dag twee op die heuvels wanneer je benen het opgeven 🌿